Meditatie
Februari 2018                        
  bijbel

Eten en verzadigd worden                                    

En zij aten allen en werden verzadigd

Mattheus 15: 37a

 

Jezus roept Zijn discipelen bij Zich. Hij kijkt rond en ziet de mensen die al drie dagen bij Hem gebleven zijn. Ze hebben niets te eten en Jezus wil hen niet wegsturen. Hij was met innerlijke ontferming bewogen. Het raakt Hem diep van binnen. Wanneer Hij hen weg zou sturen zouden ze om kunnen komen van de honger. Jezus is met hen bezig. Hij wil dat hen niets overkomt.

Dan geeft Jezus Zijn discipelen de opdracht eten te gaan halen. Iets wat in hun ogen een onmogelijke opdracht lijkt. Ze bevinden zich op een afgelegen plek en de menigte is zo groot. Hoe zouden zij die menigte kunnen verzadigen? Jezus vraagt wat er aan eten aanwezig is. Het zijn slechts zeven broden en enkele visjes. Dan gebeurt het wonder. Jezus neemt van wat er is. Hij dankt en breekt het brood, zodat alle mensen genoeg te eten hebben en verzadigd worden.

Wat een wonder gebeurt hier. Hoe moeten we dit lezen? Is er iets gebeurd met het brood of heeft het een geestelijke betekenis gekregen? Nee, het brood dat gebroken werd is gewoon brood. We moeten ons niet laten afleiden door hoeveelheid brood maar onze ogen gericht houden op de Hem die het brood breekt. Hij is het die dit wonder verricht. Hij heeft van Zichzelf gezegd: “Ik ben het brood dat uit de hemel neergedaald is” (Joh. 6: 41). Hij is naar de aarde gekomen om Zichzelf als offer te geven. Hij heeft Zichzelf laten breken in lijden en sterven zoals het brood dat Hij voor de mensen gebroken heeft.

Voor zondaren heeft Hij Zijn leven gegeven als losprijs. In gehoorzaamheid aan de Zijn Vader in de hemel heeft Hij Zijn leven afgelegd om mensen het leven terug te geven. Het leven in de nabijheid van de Vader. Jezus heeft door Zijn lijden en sterven de weg naar de Vader vrijgemaakt voor ons, door het geloof. Achter de vermenigvuldiging van het brood staat het offerlam. In Zijn komst wordt Zijn Koninkrijk zichtbaar op aarde. Er is niets in het Koninkrijk te ontvangen buiten Hem om. “Zalig is hij die brood zal eten in het Koninkrijk van God” (Luk. 14: 15).

Hiervan mogen we al iets proeven in de viering van het Heilig Avondmaal. In het brood dat gebroken wordt het gebroken lichaam van Christus als teken en zegel ons voorgehouden. Aan de Avondmaalstafel mogen we deel hebben aan Hem. Hij nodigt om te gaan zitten zoals de mensen zich neerzetten in het gras om door hem gevoed te worden. Ja, zelfs verzadigd te worden.

Er zijn echter ook mensen die weer weg zijn gegaan. Ze hebben even naar Jezus geluisterd maar zijn niet bij Hem gebleven. Ze zijn weer naar huis gegaan. Dat doet pijn. Want wie weg is gegaan heeft niet te eten van Hem gekregen. Ze zullen omkomen van de honger omdat ze geen deel hebben aan Hem. Dat is vreselijk. Hij heeft Zich laten breken, uit liefde, tot verzoening. Juist opdat er gegeten kan worden.

Hij wil te eten geven aan mensen die kracht nodig hebben, mensen die verzoening zoeken voor hun zonden. Hij wil geven aan mensen die schuldig staan en berouw hebben, aan mensen die versterking zoeken voor het geloof. Hij wil geven aan mensen die genezing zoeken voor welke kwaal dan ook. Hij wil geven. Mogen eten met Jezus is in geloof ontvangen. Je neemt het niet zomaar zelf, maar Hij wil het in je handen leggen.

Hij nodigt Zelf uit om te komen en te eten. Ook hen die weggegaan zijn mogen terugkomen en neerzitten aan Zijn tafel. Jezus wil het geven omdat Hij met innerlijke ontferming bewogen is. Daarbij geeft Hij niet karig. Er is voldoende opdat iedereen genoeg heeft. De mensen gingen verzadigd weer naar huis. Dat betekent niet dat ze nooit meer honger zouden krijgen. Voor die dag was het genoeg. Maar wie het Levende brood ontvangt, wie honger heeft naar het brood van het Koninkrijk. Die zal eten en verzadigd worden. Hem of haar zal het aan niets ontbreken.

En zij aten en allen werden verzadigd. Zeven manden vol bleven er over. Genoeg om verder uit te delen aan wie het nodig heeft. Misschien kent u dat gevoel ook wel aan het Avondmaal. Heere het is bijna teveel. Zoveel liefde en genade voor een zondaar als mij. Het gaat ons verstand te boven dat Hij uit genade zo rijkelijk wil geven. Dat er ook voor mij meer dan voldoende is. Zoveel dat er overblijft voor wie het nodig heeft.

Laten we in alle eenvoud, in geloof eten. Laten we die ander die nog niet gegeten heeft dan maar wijzen op dat rijke aanbod. Er is meer dan voldoende om te eten en verzadigd te worden. We mogen onze naaste meebrengen naar het Levende Brood opdat zij in geloof ook deel mogen krijgen aan Hem die het uitdeelt. Aan Hem die Zijn leven gegeven heeft opdat een ieder die het brood eet in het koninkrijk van God zich zalig mag weten.

“Neemt eet, gedenkt en geloof, dat het lichaam van onze Heere Jezus Christus gegeven tot een volkomen verzoening van al onze zonden”

 

ds. M.J. van Keulen