Meditatie
April 2018                        
  bijbel






‚Hij leidt mij in rechte sporen om Zijns Naams wil’.


Wat een prachtige psalm, die 23e. De Heere is mijn Herder. Het is een psalm die van veel mensen een lievelingspsalm is. Wie kent die psalm niet?
De dichter, David zegt: mij ontbreekt niets, Hij doet mij neerliggen in grazige weiden.

Psalm 23 is een psalm die zo heel mooi spreekt over de rust bij God - mij ontbreekt niets - grazige weiden - zeer stille wateren.

In gedachten zie je een herder met zijn schapen in het veld. Niet zoals bij ons in Drenthe, zo lieflijk, met zo’n mooie schaapskooi en een herder van wie je foto’s kunt maken.

In de tijd van de Bijbel was herder-zijn een zwaar beroep.
Het was ongeschoolde arbeid, iedereen kon herder worden.
Lange dagen in het veld op zoek naar gras voor de schapen. 's Nachts wakker blijven om wilde dieren te weren. Herder-zijn was een ruw, hard bestaan.

De Heere is mijn Herder, zingt David.
Daarmee zegt David, dat hij een schaap is, een van de kudde.
Zoals een herder zorgt voor zijn schapen, zo zorgt de Heere voor mij. En dan somt David allerlei dingen op waaruit die zorg van de Heere blijkt.

Een van die elementen van zorg, die David benoemt, wil ik met u nader bekijken. Dat is het zinnetje: ‚Hij leidt mij in rechte sporen om Zijns Naams wil’. God leidt mijn leven, zingt David. Dat betekent dat ik in Zijn hand ben. Vanaf het begin van mijn leven tot aan het einde van mijn leven.
In alle grote dingen en alle kleine dingen, Hij is er bij.
In het hele wereldgebeuren, als er overal in de wereld zoveel onrust is. Als er duizenden vluchtelingen naar Europa komen, als er oorlog dreigt, als de hele wereld in brand lijkt te staan:, als het stormt in mijn eigen leven: ik ben in Zijn hand.

In mijn leven zit dus lijn, het gaat volgens Zijn plan. Dat zie ik lang niet altijd. Ik zie vaak alleen de achterkant van het borduurwerk, alleen maar draden die zonder enig patroon kriskras door elkaar gaan. Mijn leven gaat volgens Zijn plan. Hij heeft - om het zo maar te zeggen - de voorkant duidelijk voor ogen. Hij maakt en ziet het patroon van de dingen.

Eigenlijk onvoorstelbaar, de Schepper van de hemel en van de aarde heeft een plan met mijn leven, Hij leidt mij. Hij heeft tijd en aandacht voor mij. Naast het regeren van de hele wereld. Naast het zien en kennen van zoveel miljoenen mensen, kent Hij mij. Ziet Hij mij, doorgrondt Hij mij.

Hij heeft die wereld dus ook in Zijn hand. Dat is een geruststellende gedachte. Hoe dat allemaal gaat, daar begrijp ik niet zoveel van. Daar heb ik soms ook mijn twijfels en vragen bij. Maar Hij leidt de wereld, naar Zijn plan.

En Hij leidt mij. Ik wil van alles, ik denk dat dit en dat, zus en zo goed voor mij is. Of dat echt zo is, is nog maar zeer de vraag. Ik overzie de dingen niet. Hij wel. Hij leidt mij.
Hij leidt mij,  een zondaar. Een mens die zijn doel mist, God liefhebben boven alles en de naaste als zichzelf. Hij leidt mij als verloren schepsel, als afgedwaald schaap.

Hij leidt mij, zoals ik ben. Hij leidt me in de rechte sporen.
Dat betekent dat Hij nooit dwaalwegen met mij gaat. Ik kan van Hem op aan.  Hij is door en door betrouwbaar.
Hij kiest de juiste weg, misschien niet de weg die ik zou kiezen…

Het rechte spoor is niet per se de weg waarbij ik geen bochten en hobbels ervaar. Maar het is de rechte weg, de weg die naar het doel leidt, namelijk de grazige weiden, de rustige wateren.

Als Hij mij leidt in de rechte sporen, dan kom ik vast en zeker daar uit, bij Hem! Want Hij brengt mij daar. Als ik zelf niet meer kan, neemt Hij mij op de schouder en brengt me bij Hem.

Hoe kan dat nou?
Dat zegt het laatste stukje van onze tekst: om Zijns Naams wil.
Daar ligt alles in verklaard.

Omdat Zijn Naam Heere is. JHWH: God, Die er bij is, Die er bij was en Die er zijn zal. Zo heeft Hij zich in de hele Bijbel laten zien en zo is Hij. Om Zijns naams wil, vanwege Hem Zelf. Dat is de onpeilbare liefde van de Heere God. Hij vindt redenen in Zichzelf om zondaren lief te hebben, om zondaren te leiden op de rechte weg. Liefde, die zo ver gaat, dat Hij zondaren grazige weiden belooft, terwijl Zijn Zoon, Zijn enige, Zijn geliefde aan een kruis moest hangen. Voor Hem geen liefdevolle Herder, maar een toornende Vader, om voor zondaren juist die liefdevolle Vader te kunnen zijn.

Alle reden om voor Hem te knielen en Hem te vragen om u, om jou te leiden. Want dan gaan we op zijn toekomst aan: de grazige weiden, de rustige wateren. Dan gaan we op Hem Zelf aan!

En als het dan in ons leven zwaar wordt, als we haast niet meer kunnen, ook dan is Hij nabij. Zelfs in het dal van de schaduw van de dood of het dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij.

Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. Vandaag, morgen en alle dagen die komen.

Ds. J. Oosterbroek